Silphium

Als je het kruid met de naam silphium zou willen aanschaffen, dan kun je lang zoeken. Silphium groeide ooit op een smalle strook land (200 bij 50 kilometer) aan de kust van het tegenwoordige Libië. De plant was zo populair dat hij door overdadig plukken (en overbegrazing) al in de Romeinse tijd is uitgestorven. Men had namelijk het onzalige plan bedacht dat het vlees van vee een stuk beter zou smaken als men het liet grazen op velden met silphium. Bovendien werd het kruid in alle landen rondom de Middellandse Zee zeer gewaardeerd. Zo belangrijk was silphium dat de Egyptenaren een aparte glyph voor silphium hadden verzonnen. Ook in Knossos bleek dat de Minoërs een apart 'logogram' hadden bedacht om het woord silphium te kunnen schrijven.

Het Latijnse woord 'silphium' is afgeleid van het Griekse sílphion (σίλφιον), maar dát woord is weer vanuit de Noord-Afrikaanse Berbertaal Tamazight afkomstig, waar asafar 'medicijn' betekent. In het Latijn is sílphion weer teruggeleend als sirpe.
Maar ooit was siphium zijn gewicht in goud (of liever geld) waard. Hij werd gewonnen vanwege de melkachtige hars die laser, laserpicium of lasarpicium werd genoemd. Lasarpicium is een combinatiewoord van lac sirpicium en kan vertaald worden als 'melk van de sirpe'.

Die hars werd toegepast als een culinair ingrediënt, als een ingrediënt in een zalf en als middel tegen diverse medische aandoeningen, waaronder contraceptie.

Zelfs het plantengeslacht waartoe silphium in ondergebracht zou moeten worden is onderwerp van discussie. De meeste stemmen gaan voorlopig naar de familie van schermbloemigen (Umbelliferae) en dan is silphium inderdaad familie van peterselie (Petroselinum crispum). Die familie met zo'n 2500 soorten is natuurlijk enorm groot en is voor het gemak onderverdeeld in ruim 440 geslachten. Een minderheid van de stemmen wordt uitgebracht op Ferula, een van die geslachten van de schermbloemigen.

En dan komen we al iets dichterbij een mogelijke familieband, want binnen het geslacht Ferula ontwaren we ook duivelsdrek (of asatifoeda). Het naar zwavel stinkende duivelsdrek stamt oorspronkelijk uit Centraal-Azië en groeit voornamelijk in landen als Iran en Afghanistan. Het wordt daar gebruikt als smaakversterker en smaakmaker in diverse gerechten, maar het heeft ook een vaste plaats in de traditionele geneeskunst. Ook dit kruid wordt ingezet bij een veelvoud aan klachten, waaronder - jawel - contraceptie[1].

Het verhaal gaat dat de allerlaatste steel van silphium als een geschenk aan de Romeinse keizer Nero werd gegeven. Die de steel direct opat.

Nadat silphius uitgestorven bleek, werd duivelsdrek in het Middellandse Zeegebied aangewend als een soort tweederangs vervanger[2]. Toch bestaat de minieme mogelijkheid dat asatifoeda dezelfde plant is als silphium, alleen van een mindere kwaliteit omdat hij op een minder voedzame ondergrond werd verbouwd.

[1] Mahendra, BishtFerula: Ferula asafoetida: Traditional uses and pharmacological activity in Pharmacognosy Review - 2012 
[2] Maria Lykoudis: In Search of Silphion. Zie hier

Geen opmerkingen:

Een reactie posten