Tasmaanse bergpeper

De mens lijkt een onbewuste drang te hebben om pittig voedsel te consumeren, al is het wel een voordeel dat die pittigheid ook het begin van bederf kan maskeren. Gewoonlijk kun je dan ook stellen dat hoe heter het klimaat, hoe sneller het bederf zal inzetten en hoe scherper ook de gerechten zullen zijn. De meeste werelddelen zijn goed bedeeld met kruiden en specerijen die voldoende pittigheid afgeven, maar heb je wel eens afgevraagd hoe de Aboriginals in Australië hun maaltijden van enige pit voorzagen?
Het antwoord op die vraag is de Tasmaanse bergpeper (Tasmannia lanceolata), die groeit in de koelere wouden van zowel Tasmanië en Zuidoost-Australië. Als groenblijvende struik reikt de Tasmaanse bergpeper van twee tot tien met hoog met langwerpige bladeren en rossige stelen. In de zomer (onze winter) bloeit de Tasmaanse bergpeper met kleine crèmekleurige tot witte bloemen. Daarna ontstaan de bessen met 10 tot 18 zaadjes.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Tasmannia, benoemt de oorspronkelijke vindplaats van deze soort, Tasmanië. Tegelijkertijd eert het ook de Nederlandse ontdekkingsreiziger en koopman van de VOC Abel Tasman (1603-1659), die het eiland zijn naam gaf. Het tweede deel, lanceolata, is afgeleid van het Latijnse woord lanceae, dat 'speer' of 'lans' betekende. Het beschrijft de vorm van de bladeren.

Zowel de bladeren als de donkerblauwe tot zwarte bessen worden gedroogd gebruikt als specerij. De bessen meten nog geen centimeter in doorsnede. De smaak van de bessen is in eerste instantie vrij zoet, die snel zal omslaan in een intens branderige ervaring, gevolgd door een gevoelloosheid die zo'n beetje gelijk is aan die van de sechuanpeper. De oorzaak van deze smaaksensatie is polygodial, een stofje dat een behoorlijk sterke antibacteriële werking vertoont. Doordat polygodial ook de eetlust van insecten zodanig remt dat ze de hongerdood sterven, kan het tevens als insecticide worden worden ingezet. Diezelfde stof wordt door de Aboriginals ook gebruikt als gif ten behoeve van de visvangst.

De onrijpe bessen zijn dieprood van kleur en verkleuren tot glanzend zwart als ze tot rijpheid komen. Deze bessen zitten boordevol vitamine C en zijn een beproefd middel tegen scheurbuik gebleken.

Intussen heeft de moderne Australiër de Tasmaanse bergpeper ontdekt als 'bushfood' omdat de specerij uit – jawel – de wildernis afkomstig is. Er worden de laatste jaren allerlei recepten en smaakmakende sausjes voor ontwikkeld.

Doordat de nieuwe bewoners van Australië de geschiedenis herschreven hebben denken ze dat de eerste kolonisten de Tasmaanse bergpeper als eerste hebben ontdekt voor het kruiden van hun voedsel. Dat feit ontneemt de Aboriginals hun eigen geschiedenis en dat is een kwalijke uiting van het kolonialisme.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen