Vingercitroen

De vingercitroen (Citrus medica sarcodactylis) is een vreemdgevormde citroen wiens vruchten zodanig in segmenten zijn verdeeld dat hij op een menselijke hand lijkt. In enkele Zuidoost-Aziatische landen wordt deze ondersoort Boeddha's hand genoemd. Er bestaan nog wat variëteiten van deze ondersoort die veelal wat tussenvormen zijn van een 'vuist' tot een geheel 'geopende hand'.
Vingercitroen is, zoals iedere andere citroenvariant, een struik of kleine boom met lange onregelmatig gevormde takken die met stekels bedekt zijn. De grote, leerachtige en ovaalvormige bladeren zijn lichtgroen. Hij bloeit met witte bloemen die aan de buitenzijde naar paars neigen. Die bloemen groeien in trossen en geuren heerlijk. De gevingerde citroen is waarschijnlijk ergens ontstaan in het gebied dat nu noordoostelijk India en zuidwestelijk China beslaat.

Zou je de citroenen plukken en pellen dan ontdek je dat de binnenzijde vrijwel helemaal uit de witte binnenschil (mesocarp) bestaat. Soms treft men een een zeer kleine hoeveelheid zuur vruchtvlees aan, maar de meesten zijn volslagen saploos en zaadloos.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Citrus, stamt allereerst uit het Grieks, waar met kitron (κιτριά) zowel het fruit als de boom werd bedoeld. Daarna niets. Mogelijk is de oorspronkelijke versie toch 'limoen' geweest, want dát kunnen we wel via het Persische limun naar wat Indische talen als het Tamil herleiden: elumiccai was 'limoen(boom)'. Het tweede deel, medica, is afkomstig uit het Latijn, waar mederi 'helen' of 'genezen' betekent. Het derde deel, sarcodactylis, is een combinatiewoord uit het Grieks: daktulos (δακτυλος) is 'vinger' en sarkos (σαρκὸς) is 'vlees'. Samen is dat dus 'vlezige vinger'.

Omdat de de vrucht nauwelijks vruchtvlees bevat wordt veelal slechts de schil gebruikt. In China en Korea worden ze vanwege hun sterke geur tussen het linnen gelegd of in kamers opgehangen om de lucht te verfrissen. Hoewel de vingercitroen vooral voor zijn luchtverfrissende eigenschappen wordt toegepast, kan hij wel degelijk gegeten worden, vooral de geraspte schil of als zurige smaakmaker. Hij doet zijn werk traditioneel in desserts, pittige gerechten en alcoholische dranken, zoals vodka. Ook wordt de vingercitroen wel geconfijt met suiker om als snoep te dienen.

De gedroogde schil wordt in de traditionele geneeskunst wel als tonic voorgeschreven voor maagproblemen.

In China is de vingercitroen een symbool voor geluk, een lang leven en voorspoed. Mede daardoor is het ook een offergave in tempels en een cadeautje tijdens het vieren van nieuwjaar. Dus iedereen die ongelukkig is weet nu wat hem of haar te doen staat.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen