Cederappel

Ondanks de naam, cederappel, is deze vrucht niet afkomstig een ceder (Cedrus), een geslacht van coniferen dat behoort bij de dennenfamilie (Pinaceae). Toch is de naam wel te verklaren, want de etherische olie ruikt naar ceder.
[Foto: Royal Steensma]
De cederappel (Citrus medica) is een tot drie meter hoge struikachtige boom met doornen. De stam is lichtgrijs. De boom bloeit het hele jaar door en geeft daarom voortdurend vruchten. De bladeren zijn groot, elliptisch tot eivormig en de bladrand is licht gezaagd. Hij bloeit met witte bloemen. De vrucht verkleurt van groen naar geel bij rijpen. Een volwassen vrucht kan wel 30 centimeter lang worden en vier kilo zwaar. Hij heeft een ronde cilinderachtige vorm. De ruwe schil is dik. De vrucht is erg aromatisch. Het vruchtvlees is geelgroen, de hoeveelheid erg klein met weinig sap en het heeft een bitterzuur aroma. De schil is dik en wrattig, de partjes zijn sappig bitterzuur. De vrucht is oneetbaar, vooral omdat er zo weinig vruchtvlees en sap in zit.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Citrus, stamt allereerst uit het Grieks, waar met kitron (κιτριά) zowel het fruit als de boom werd bedoeld. Daarna niets. Mogelijk is de oorspronkelijke versie toch 'limoen' geweest, want dát kunnen we wel via het Persische limun naar wat Indische talen als het Tamil herleiden: elumiccai was 'limoen(boom)'. Het tweede deel, medica, is afkomstig uit het Latijn, waar mederi 'helen' of 'genezen' betekent. Het woord 'sukade' stamt uit het Sanskriet, waar sharkara zoiets betekende als 'vermalen of geconfijte suiker'. Wat betekent dat zowel 'suiker' als 'sukade' dezelfde oorsprong hebben.

De cederappel is dus een citroensoort, die oorspronkelijk uit Zuidoost-Azië stamt. Tegenwoordig wordt ze geteeld op Sicilië, in Marokko, in Griekenland, op Corsica, in Suriname en Puerto Rico. Daar had het Nederlandse bedrijf Steensma sinds 1964 een grote plantage, maar die is wegens leverings- en kwaliteitsproblemen in 2008 'ingeruild' voor een plantage in Thailand. 
Van de schil van de cederappel wordt sukade gemaakt. De schil wordt eerst in stukjes gehakt en vervolgens wordt de sukade een maand gepekeld om het sap uit de stukjes te trekken. Daarna wordt de sukade gekookt met veel suiker. De suiker neemt de plaats in van het zurige sap, waardoor de zoete sukade ontstaat. Omdat deze productiemethode ook bij andere fruitsoorten toepasbaar is noemt men het ook geconfijt fruit.

De kleur van sukade is doorschijnend geelachtig of groenachtig. Soms wordt de sukade echter in fellere kleuren groen, geel of rood gekleurd. Goede sukade is zacht en smaakt enigszins naar sinaasappel, maar het is minder bitter dan de schil van sinaasappelen. Sukade wordt verwerkt in traditionele baksels als cake, kerststol, tulband, oliebollen en meer.

Overigens: als je kersen op dezelfde manier behandelt dan noemt men ze bigarreaux. Weet je dat ook weer.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen