Venkel

Venkel (Foeniculum vulgare) is inheems in de landen rondom de Middellandse Zee en de plant verspreidde zich gedurende de Middeleeuwen langzaam noordwaarts. Hij werd aangeplant in kloostertuinen omdat er aan de venkel medicinale kwaliteiten werden toegedacht. Venkel behoort tot de schermbloemigen (Apiaceae) en is een sterk naar anijs ruikende en smakende plant. Venkel kan gezien worden als een kruid (de bloemen, de takken en de bladeren), als een specerij (de zaden) en als een groente (de verdikking van de onderzijde van de steel). Het is dus een veelzijdige plant die wel tot 2.5 meter hoog kan reiken.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Foeniculum, is een verkleinwoord van het Latijnse fenum, dat 'hooi' betekent. Het tweede deel, vulgarum, heeft ook een Latijnse oorsprong en betekent 'gewoon'. Het woord 'venkel' is op zijn beurt afgeleid van diens Latijnse stam, fenum.
Venkel stond vroeger vooral bekend als eetlustremmer en er bestaan veel recepten voor dranken en papjes die er voor moesten zorgen dat te dikke mensen weer zicht kregen op een slanke lijn. Onderzoek bij biggetjes liet inderdaad zien dat venkel de eetlust liet afremmen[1]. Venkel lijkt eveneens een rol te spelen bij de spijsvertering en zou kunnen helpen bij darmproblemen als colitis, een darmontsteking. Probeer eens een kopje venkelthee om je maag tot rust te brengen na een overvloedige maaltijd.
Omdat venkel zich oorspronkelijk thuis voelde in het Middellandse Zeegebied, hoort het kruid ook thuis in enkele Mediterrane keukens. In tal van Franse soepen, waaronder de bekende bouillabaisse, is venkelgroen onontbeerlijk. De bloemschermen worden ingezet bij het inleggen van zoetzuur als augurken en komkommers. Venkelzaad wordt veel toegepast in Italiaanse worsten, maar ook in Indiase curry's komt de smaak van venkel goed tot zijn recht. Elders in Europa is venkel ook geliefd: Duitsers gebruiken het in brood en koek, Engelsen in hun soep en Spanjaarden in bakproducten. Omdat venkel niet van origine thuis hoort in de Chinese keuken ziet men het kruid daar als 'nieuw', al moet je dat wel vertalen met 'bijna 1000 jaar'.

Het is tevens een van de ingrediënten van de bekende sterrenmunt, een kruidenmelange, die geen thee mag heten, en die is samengesteld uit uit anijs, venkel, zoethout en pepermunt.

In de Middeleeuwen hing men takjes venkel aan de deur om zich zo te beschermen tegen het kwaad. Wat dat dan ook mocht betekenen.

[1] Schöne et al: Effects of essential oils from fennel (Foeniculi aetheroleum) and caraway (Carvi aetheroleum) in pigs in Journal of Animal Phisiology and Animal Nutrition – 2006

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen