Zwartmoeskervel

Zwartmoeskervel (Smyrnium olusatrum) is een zeldzame verschijning en men wil u graag doen geloven dat hij alleen maar op Texel voorkomt. Die suggestie is niet helemaal waar omdat hij ook wordt aangetroffen in de duinen bij Den Helder en op Terschelling. Laten we daarom een compromis sluiten en zeggen dat hij voornamelijk in het waddengebied voorkomt.

De zwartmoeskervel een lid van de schermbloemenfamilie (Umbelliferae) en komt oorspronkelijk voor rondom de Middellandse Zee en kwam hij slechts sporadisch in onze contreien voor.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, Smyrnium, verklaart de geur van myrre die de plant uitscheidt. Het Griekse woord Σμυρνιον is namelijk verwant aan σμνρνά (omnrna) dat ‘mirre’ betekent. Het tweede deel, olusatrum, is de naam die de Romeinse geleerde Plinius gaf aan een kruid: (h)olus-ater. Het Latijnse woord holus betekent ‘kruid’ en ater was ‘zwart’ of ‘donker’. Met andere woorden het was een kruid met zwarte zaden.
In de Engelse taal is deze plant bekend als horse parsley ('paardenpeterselie') en dat zegt direct iets over zijn gebruik in vroegere tijden. Het werd zowel als voeder voor paarden gebruikt alswel een vervanging van peterselie. Zwartmoeskervel is een zogenaamde vergeten groente met een smaak die het midden houdt tussen selderij en peterselie. Ooit werd het in vele gerechten toegepast, maar is in de vergetelheid geraakt en is nu voornamelijk vervangen door selderij.

Uiteraard werd zwartmoeskervel ook gebruikt als medicinaal kruid. Hoewel het kruid tegenwoordig weinig meer wordt toegepast, werd zwartmoeskervel vroeger gebruikt om de spijsvertering te bevorderen. De Britse botanist Parkinson adviseerde ons al in het jaar 1640 dat, wanneer zwartmoeskervel gedurende de vestenperiode (het tijdvak voor Pasen) wordt gegeten, alle onreinheden uit de maag worden verwijderd. Nicolas Culpeper, een andere herbalist, meende dat het zaad van van het kruid helpt tegen winderigheid en een koude maag. In vroegere kloostertuinen was het een veelvoorkomend kruid. Weet je ergens een oude locatie waar ooit een klooster heeft gestaan, dan zul je ook vaak verwilderde zwartmoeskervels aan kunnen treffen.

Alle delen van de plant waren eetbaar, maar in de negentiende eeuw was deze opmerkelijke plant al bijna helemaal vergeten. Tegenwoordig wordt deze oeroude eetbare plant slechts verbouwd in enkele tuinen van oude families, maar ook in tuinen van mensen die 'in direct contact staan met de natuur'.

Maar ik kan u hier en nu voorspellen dat zwartmoeskervel aan het begin van een zogenaamde revival staat en dat we binnenkort allemaal weer dit kruid gaan toepassen in allerlei gerechten.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen